Voor en door schippers
Categoriën
Sociale Media

Twitter
No Tweets available. Login as Admin to see more details.

CCR Protocol

Geachte Heer Ten Broeke 

Namens de ASV willen wij u vragen of u onze bezorgdheid omtrent het nieuwe bord ” stekker verplichting “ kunt weerleggen dan wel steunen. Een lid van de ASV heeft hieromtrent zijn bezorgdheid geuit middels een brief aan de staatssecretaris mevr. Dijksma van het Ministerie Infrastructuur en Milieu. Deze is bijgevoegd in de bijlage 1.

In het antwoord van het Ministerie I&M wordt er op geattendeerd dat we in protocol 10 kunnen nalezen, wat voor een verplichting het bord precies is en middels welk onderbord de zaak recht getrokken zou kunnen worden, zodat schepen die zelfvoorzienend zijn geen stekker verplichting opgelegd krijgen. Zie bijlage 2.

Tevens verwijst de brief van het Ministerie naar een link van de CCR waar dit uitgebreid beschreven staat. Hier zien wij toch conflicterende situaties ontstaan met de praktijk. Zie bijlage 3.

Hierin heeft de ASV in het protocol bijlage 3 in blauwe tekst haar visie geschreven hoe de binnenvaartschipper erover denkt en welke problemen er met dit bord zijn. Wij vinden het dan ook jammer, dat het tot nu toe positief gebruikte generator-verbodsbord ingeruild schijnt te moeten worden voor een bord, wat de lading niet goed dekt en daardoor een onderbord nodig heeft.
Het doel om de binnenvaartondernemer aan te moedigen tot c.q.te belonen bij vergroening gaat hierbij verloren als de onderborden niet geplaatst worden.

De binnenvaart kan er, zoals het nu lijkt, niet vanuit gaan, dat er niet gehandhaafd wordt door overheden en een boete uitgeschreven gaat worden, als er geen stekker gebruikt wordt, terwijl er dus geen generator draait. Er wordt nu door sommige partijen te gemakkelijk gezegd dat dat niet zal gebeuren, maar als een gemeente geen onderbord plaatst, kan juridisch gezien een boete uitgeschreven worden aan de eigenaar van een zelfvoorzienend schip, dat geen aansluiting maakt met de stroomkast!

De ASV vraagt aan u of dit bord helemaal herzien kan worden, zodat het bij de aggregaat verbodsborden kan blijven, die zichzelf al vele jaren bewezen hebben. In het kader van uniforme borden snappen wij ook niet waarom een nieuw bord nodig is.

In afwachting van uw antwoord.
Hoogachtend,

Esther Lubbers en Dorothe Grooten-Wendt
Bestuursleden ASV

CCR PROTOCOL 10

Definitieve wijzigingen van het Rijnvaartpolitiereglement (RPR) – Specifieke ligplaatsen
(artikel 7.06, derde lid en bijlage 7)

In talrijke steden langs de Rijn is “wonen aan het water” een waargenomen trend, waarbij kan worden vastgesteld dat er problemen rijzen aangezien de aanwonenden zich in toenemende mate kanten tegen het lawaai en de verontreiniging die in verband met de aanwezigheid van stilliggende schepen wordt veroorzaakt. Zonder de mogelijkheid het gebruik van met diesel aangedreven generatoren aan boord te reglementeren, wordt het moeilijk de bestaande ligplaatsen langs de Rijn te behouden en de dringend benodigde extra ligplaatsen aan te leggen. Aangezien ligplaatsen echter absoluut noodzakelijk zijn om de veiligheid en het vlotte verloop van de binnenvaart te waarborgen, moeten maatregelen worden getroffen.

Dat gebeurt al jaren met een generatoren verbodsbord.

Dientengevolge hebben enkele staten het voornemen op sommige ligplaatsen een aansluiting op het elektriciteitsnet aan wal aan te leggen. In dat geval zou het ligplaats nemen uitsluitend toegestaan zijn indien de schipper zijn/haar schip op de walstroom aansluit. Die verplichting tot het gebruik van walstroom zou in de verstedelijkte gebieden aan het behoud van de bestaande ligplaatsen bijdragen.

De CCR zal aan de lokale bevoegde autoriteiten een reglementaire kader voorstellen, waarin zowel met de uitdagingen van de binnenvaart als met de verwachtingen van de aanwonenden rekening wordt gehouden. Het reglementaire kader biedt de mogelijkheid een op een ligplaats verblijvend schip tot een aansluiting op walstroom te verplichten. Ter wille van een betere informatieverstrekking aan de schipper en een waarborging van uniforme tekens langs de Rijn, is een nieuw teken gecreëerd.

De resultaten van de volgens de richtsnoeren voor de regelgevende werkzaamheden van de CCR (Besluit 2008-I-3) voorziene evaluatie zijn navolgend weergegeven.

Welke evaluatie? Waar en door wie is er geëvalueerd?

Behoeften waaraan de voorgestelde wijzigingen geacht zijn te beantwoorden.
Met deze wijzigingen wordt in de eerste plaats beoogd artikel 7.06 van het RPR aan te vullen
opdat een reglementair kader wordt gecreëerd op grond waarvan het mogelijk is een schip te verplichten tot het aansluiten op walstroom voor de volledige behoefte aan elektrische energie van dat schip. Sommige staten hebben namelijk geconstateerd dat het in dicht bevolkte gebieden steeds moeilijker is ligplaatsen voor vrachtschepen aantrekkelijk te laten blijven, aangezien er steeds vaker tegen het lawaai en de uitstoot van gassen wordt geprotesteerd.

De binnenvaart ligt vaak al eeuwen op deze ligplaatsen. Zienderogen verdwijnen steeds meer plekken. Het argument tegen het gebruik van generatoren komt meestal van “over stank en lawaai klagende omwonenden”. Tegelijkertijd verschijnen overal spotjes dat mensen wat meer compassie met elkaar moeten hebben. Op schepen wonen ook mensen en wat meer begrip tegenover deze bewoners zou erg welkom zijn. Zo vinden wij het zacht gezegd vreemd dat het geluid van een aggregaat overdag op onoverkomelijke bezwaren lijkt te stuiten waar het geluid van elektrische heggenscharen, maaimachines, scooters, motoren etc. kennelijk geen enkel probleem oplevert. Ook qua uitstoot lijken de argumenten niet geheel redelijk te zijn, als we zien hoe sommige jachten in korte tijd massa’s uitstoot produceren, wat kennelijk geen probleem is omdat het particulier gebruik is. Ook het gebruik van open haarden en dergelijke wordt nog niet aan banden gelegd. Begrijpelijk misschien, maar een beetje begrip voor de binnenvaartsector zou dan ook welkom zijn. Niets mis mee, als men aan het water wil wonen in een steeds drukker wordende samenleving. Maar dan is het, om meer begrip te krijgen, wel een vereiste, dat deze mensen van tevoren op de hoogte gebracht worden van wat binnenvaart is en wat men redelijkerwijs kan verwachten als er een ligplaats in de buurt is. Immers, de binnenvaart heeft ook plek nodig, willen deze (klagende) mensen niet eeuwig in de file terecht komen. Incidenteel lawaai van stilliggende schepen zal best eens voorkomen, net zoals bij walbewoners, maar op vele plekken is een generator verbod, waar schippers zich prima aan houden en daarnaast hebben vele schippers fluistergeneratoren. Welk lawaai de binnenvaart verder nog maakt, is een vraag, maar het meeste “lawaai” zal gelijk zijn aan het “lawaai” dat ook walbewoners maken in hun dagelijks bestaan.

In de tweede plaats bieden de wijzigingen de mogelijkheid ervoor te zorgen dat uniforme tekens langs de Rijn.

Waarom voegt een nieuw bord, notabene voorzien “indien wenselijk ”van beperkende onderborden, iets toe aan de uniformiteit van de bestaande borden? Een generator verbodsbord is een goed en uniform bord, dat de lading goed dekt en voor zelfvoorzienende schepen prima toepasbaar is!

worden geplaatst, aangezien krachtens de wijzigingen in Bijlage 7 een nieuw gebodsteken
B.10, dat met die verplichting overeenkomt, wordt opgenomen. Voorts is het toegestaan
een bord onder het teken te plaatsen, waarmee die verplichting kan worden beperkt. Gevolg
gevend aan een wens van het bedrijfsleven is het bijvoorbeeld mogelijk de verplichting niet te laten gelden voor kortstondig ligplaats nemen.

De vraag wordt dan: wat is de omschrijving van het begrip “kortstondig”?

De lokale bevoegde autoriteiten besluiten of een teken wel of niet geplaatst wordt, onder voorbehoud dat een walaansluiting aanwezig is en dat de betrokken autoriteiten het wenselijk achten een aansluiting verplicht te stellen om lawaaioverlast en verontreinigende emissies te verminderen.

Hierbij wil de ASV erop wijzen, dat schepen, die geen generator (mogen) gebruiken en zelfvoorzienend zijn middels zonne- of windenergie, 100% groene energie opwekken, wat nog maar zeer de vraag is bij de stroomproducenten op het walstroomnet.

Mogelijk alternatief voor de voorgestelde wijzigingen
Het uitblijven van een reglementair kader is mogelijk, maar dat zou de lokale bevoegde autoriteiten er niet van weerhouden een dergelijke verplichting uit te vaardigen. De tekens zouden dan echter niet geharmoniseerd zijn, hetgeen een goede informatieverstrekking aan de schippers zou schaden.

Ons inziens kan er prima een generatorverbodsbord geplaatst worden. Dat heeft zichzelf al lang bewezen en dekt de lading prima.

Het niet toestaan van uitzonderingen op deze verplichting zou een andere mogelijkheid zijn. Het betreft echter een nieuwe verplichting en wil men zich ervan verzekeren dat met name het bedrijfsleven die verplichting aanvaardbaar vindt dan is een bepaalde soepelheid bij de tenuitvoerlegging nodig.

De ASV, als een van de vertegenwoordigers van dat bedrijfsleven, gaat voor verdere toepassing van het generatorverbod en vindt de voorgestelde verplichting van de walstroomaansluiting onaanvaardbaar. Er is daarmee ook geen noodzaak tot uitzonderingen.

Consequenties van deze wijzigingen
Het nieuwe derde lid van artikel 7.06 biedt dus de mogelijkheid dat een op een ligplaats verblijvend schip ertoe verplicht wordt zich op een walstroomaansluiting aan te sluiten om
de volledige behoefte aan elektrische energie te dekken. Dientengevolge hoeft de motor van het schip niet te blijven draaien voor de stroomvoorziening daarvan.

Als het doel is, dat er geen motoren mogen draaien i.v.m. met milieu en geluidsoverlast, verbied dat dan simpelweg zoals tot nog toe gebeurt.

De lokale bevoegde autoriteiten kunnen met het nieuwe gebodsteken B.10 de schipper informeren over die verplichting. Met een onder het teken geplaatst bord kan, indien nodig, een uitzondering worden ingevoerd.

Hier komen problemen van. Als een schip zelfvoorzienend is en de gemeente of BOA komt haar zienswijze uitleggen, gaan hier conflicten over ontstaan. Dit beleid is niet uit te leggen. Kan? Dus het staat gemeenten vrij om wel of niet een onderbord te plaatsen? En dus dan een stekker verplichting op te leggen. Dat is niet acceptabel wat de ASV betreft.

Consequenties indien de wijzigingen worden verworpen
Er kan van de wijzigingen worden afgezien maar dat zou de lokale bevoegde autoriteiten er niet van weerhouden een dergelijke verplichting uit te vaardigen. De tekens zouden dan echter niet geharmoniseerd zijn, hetgeen een goede informatieverstrekking aan de schippers zou schaden.

Informatieverstrekking?? Eerder een zoveelste niet uit te leggen verplichting. Schippers weten werkelijk wel, dat een generator hinderlijk kan zijn voor walbewoners, die vlak bij de ligplaatsen wonen. Maar er zou toch een keuze moeten zijn voor de schipper als deze zelfvoorzienend is. En als hij dat niet is, dan via walstroom, zodat de generator uit kan.

Voorts wordt met deze wijzigingen beoogd de lokale bevoegde autoriteiten een andere mogelijkheid te bieden dan het simpelweg uitvaardigen van een verbod volgens welk het op een ligplaats niet is toegestaan een motor (of generator aan boord) van een schip te laten draaien.

Waarom hebben lokale overheden een ander systeem nodig dan het huidige generatoren verbodsbord? Enkel met de aanvulling, dat in zo’n geval walstroom beschikbaar moet zijn.

Besluit
De Centrale Commissie,

gelet op de door de Centrale Commissie aangenomen Visie 2018, waarmee een verbetering van de voorwaarden voor een verdere reductie van de emissie van gasvormige verontreinigende stoffen en deeltjes door de Rijn- en Europese binnenvaart werd voorzien,

ter verbetering van het imago van de binnenvaart als milieuvriendelijke vervoerswijze, ter vermindering van de impact van de binnenvaart op het milieu,
strevend naar de waarborging van uniforme tekens langs de Rijn,
ter bevordering van het gebruik van walstroom op ligplaatsen, in nauw overleg met het bedrijfsleven,

De ASV is niet betrokken geweest bij het creëren van het nieuwe gebodsbord B10 met stekker verplichting! We hebben ons enkel, toen het bord er al was, sterk gemaakt voor een onderbord, omdat een stekker verplichting wel erg ver gaat.

neemt de in de bijlage bij dit besluit vermelde wijzigingen van artikel 7.06 en van bijlage 7 van het Rijnvaartpolitiereglement aan,

geeft haar Comité́ Politiereglement de opdracht om na de analyse van de mogelijkheid om alternatieve energieën aan boord te gebruiken die geen lawaai en geen schadelijke gassen veroorzaken en die om deze reden de aansluiting op het elektriciteitsnet aan wal onnodig maken, een voorstel te doen voor het aanpassen van de verplichting zoals genoemd in de bijlage van dit besluit.

De in de bijlage vermelde wijzigingen gelden met ingang van 1 juni 2018.

“B.10 Verplichting tot het gebruik van walstroomaansluitingen

(zie artikel 7.06, derde lid)

1. Aan artikel 7.06 wordt het derde lid als volgt toegevoegd:

‟3. Op ligplaatsen waar het teken B.10 (bijlage 7) is geplaatst, zijn alle schepen verplicht zich aan een bedrijfsklare walstroomaansluiting aan te sluiten en moet de volledige behoefte aan elektrische energie tijdens het stilliggen daaruit worden gedekt. Uitzonderingen van de in de eerste volzin bedoelde verplichting kunnen op een toegevoegd rechthoekig wit bord, dat onder het teken B.10 is aangebracht, worden aangegeven.”

Als hier geen onderbord bij komt, heeft de binnenvaart een stekkerverplichting en moet dus ondanks alternatieven aan de walstroom, dat kan toch niet de bedoeling zijn? Hier is geen begrip voor!

2. In bijlage 7, afdeling I, onderafdeling B, wordt na het teken B.9 het volgende teken B.10 ingevoegd