Voor en door schippers
Categoriën
Sociale Media

Twitter
6 days ago
Claim bij gemeente Deventer neergelegd. Een schipper, opgesloten door het niet verstrekken van informatie in de haven van Deventer heeft inmiddels een claim ingediend bij de gemeente van 2.000,- per dag.
6 days ago
De gemeente weigert de ASV te betrekken bij het gesprek over de sluiting van de haven van Deventer morgenochtend om 09.00 uur op het stadhuis van Deventer. Dat terwijl de ASV zich in deze zaak heeft opgeworpen als belangenbehartiger van de schippers. zie https://t.co/W0nWKuTpqv
1 week ago
De Volkskrant bekijkt de stremming in Deventer alleen vanuit het gezichtspunt van “de bedrijven”. Dat zijn dus -in hun ogen- de ontvangers, niet de schippers, die spelen geen enkele rol. Dat er op dat moment 5 bedrijven volledig van inkomen beroofd zijn lijkt er niet toe te doen

Het benaderen van de CCR en DG MOVE (3)

Raadgevende Conferentie 12 oktober 2010

Verslag van de Raadgevende Conferentie die op dinsdag 12 oktober 2010 te Straatsburg heeft plaatsgevonden

Men heeft niet veel nieuws. Wel heeft de CCR gemerkt dat de werkwijze van de CCR als wat al te actief wordt ervaren betreffende het voorstellen en implementeren van (nieuwe) technische voorschriften. Men wil het ritme van die regelgeving wat terugschroeven naar om de twee jaar

Opmerkingen: Zelfs nieuwbouwschepen, die denken dat ze aan alle eisen voldoen, blijken om de twee jaar geconfronteerd te worden met wederom nieuwe of aangepaste regelgeving. Dat geeft heel veel onrust en men heeft het gevoel dat het nooit ophoudt.

Mededeling van het ESO van de 6 august 2010 betreffende de goedkeuring en wijziging van technische voorschriften

Hierbij krijgt de heer Veldman het woord die de brief toelicht waarbij de ESO kritiek uit op de ongebreidelde regelgeving van de CCR. De heer Veldman wijst erop dat de CCR al in 2008 heeft vastgesteld eerst alle nieuwe regelgeving te zullen toetsen aan haalbaarheid, betaalbaarheid en noodzaak. Het lijkt hem, gezien de stortvloed van regels die door de CCR over de binnenvaart uitgestort worden en rekening houdend met het beperkte aantal ongevallen dat de CCR zich niet aan de afspraak houdt die men met zichzelf gemaakt heeft.

De heer Woehrling zegt dat men altijd veel contact heeft met het bedrijfsleven, de zaken heel zorgvuldig afweegt en de opmerkingen van de heer Veldman niet als zodanig herkent. Deze teksten zal de heer Woehrling keer op keer herhalen. Ook vertelt de heer Woehrling dat het een vreemde zaak is als je overgangsmaatregelen hebt die oneindig blijken te zijn, daarom moest er wel een einddatum op komen, volgens hem.

Ook noemt de heer Woehrling de hardheidsclausule als ontsnappingsmogelijkheid, en vertelt er meteen bij dat er nauwelijks gebruik van gemaakt wordt. Van diverse kanten wordt het verhaal van de heer Veldman ondersteunt.

Sunniva Fluitsma vertelde verleden jaar een luisterend oor te hebben ontmoet tijdens ditzelfde overleg. Zij was erg verheugd te merken dat de crisis maatregel hardheidsclausule zodanig was aangepast dat het nu een heel werkzaam stuk was geworden, waar veel schippers profijt bij hebben, en die ook velen gerust stelt, voor nu dan toch. Maar de “normale hardheidsclausule” wordt logischerwijs niet of nauwelijks gebruikt. Hij is onwerkbaar omdat men eerst maximaal moet investeren in de hoop dat men dan nog een aantal jaar mag doorvaren. Dat is bedrijfseconomisch gezien toch geen verstandige werkwijze?

Omdat het verslag van verleden jaar niet aan de orde kwam was dit het moment om aan te geven dat  de CCR wel degelijk in strijd handelt met de eigen regelgeving omdat men vanuit het Duitse rapport kon weten wat de oorzaken waren om de nieuwbouweisen op te leggen aan bestaande schepen: geen! Er hebben nauwelijks ongevallen voorgedaan en bovendien was niet duidelijk waar die ongevallen door zijn ontstaan. Daarnaast kon men weten wat de gevolgen zouden zijn van deze regelgeving: namelijk dat veel (kleinere) schepen dit nooit zouden kunnen betalen en dus zouden verdwijnen.

Hier kwam geen antwoord op. Ook het feit dat de CCR hiermee  handelt in strijd met het verdrag van Mannheim omdat men een vervoersmodaliteit niet mag discrimineren t.o.v. een andere, en volgens de ASV in dit geval het bestaande binnenvaartschip wel degelijk wordt gediscrimineerd t.o.v. vrachtwagen of trein, omdat die niet aan nieuwbouweisen hoeven te voldoen,  leverde hooguit een minzame glimlach op van de andere kant van de tafel. Er van uitgaande dat de uitspraak “maar dit kan nooit de bedoeling zijn, dan hebben wij iets helemaal verkeerd gedaan” en “komt u volgend jaar terug mevrouw Fluitsma om te kijken wat we met uw opmerkingen hebben gedaan” iets in zouden houden, betekende deze houding een koude douche. Een positief punt: de gelederen binnen de ESO lijken zich te sluiten en ook de EBU spreekt ons in ieder geval niet tegen.

Door de erkende organisaties naar voren gebrachte onderwerpen  

  1. Fluitsma: De CCR is bezig met allerlei gescheiden onderwerpen: veiligheid, regelgeving, milieu en economie. De CCR zou deze zaken meer met elkaar moeten integreren. Nu werken regels andere doelstellingen tegen. Bijvoorbeeld de manoeuvreereisen of de klimaateisen in de vertrekken aan boord zorgen voor extra veel milieubelasting, die dan weer op een andere manier terug gewonnen moet worden. Het antwoord van de heer Woehrling is dat men altijd veel contact heeft met het bedrijfsleven, de zaken heel zorgvuldig afweegt etc, etc

Persoonlijke noot:

Eigenlijk was ik diep ontgoocheld door deze manier van doen. Net doen of er in het vorige overleg niets gezegd is. Het verslag niet bespreken en gewoon door gaan op dezelfde voet. Het voelt ook heel raar. Zo’n organisatie waarbij alles precies volgens de letter van hun wet moet, die zelf zo lang wacht met zo’n verslag en het dan ook nog niet bespreekt en officieel aanneemt. Ik kan het niet laten een beetje op te tellen hoeveel geld er met zo’n dag gemoeid is. En dat allemaal verdiend door mensen die hun schouders ophalen over de wanhoop van degenen die aan de verkeerde kant van de streep staan. De uitvoerenden, de machtelozen, degenen die afhankelijk zijn van de (on)wil van hen die over hen beslissen. Tegelijkertijd vormen we, de ESO steeds meer een eenheid, lijkt het. Dat is mooi om te merken. En de EBU ondergraaft onze positie in het overleg niet een maal. Ook dat is om blij mee te zijn. Zo is er toch weer een lichtpuntje in deze duisternis, want duister was het in Straatsburg. 

Sunniva Fluitsma 2010