Voor en door schippers
Categoriën
Sociale Media

Twitter

Onderzoek naar ongevallen in de #binnenvaart:
ILT heeft 400 meldingen van #aanvaringen in ruim een jaar. Het grootste deel zijn eenzijdige aanvaringen. Overheidskosten schades: 55 miljoen. Waarschijnlijk is 90% van de aanvaringen het gevolg van menselijk gedrag.

Bij het “aanwijsbesluit ligplaatsen vaartuigen” @Zaanstad blijkt dat de maximale ligplaatsduur van 2 maanden in bijna alle gevallen is teruggebracht tot maximaal 2 weken. En dat terwijl we nog "in gesprek" zouden zijn. @NHNieuws @RaadZaanstad @scheepvaartkrnt , @BVK_binnenvaart

#binnenvaart benadeeld door #Zaanstad: Pleziervaartuigen hoeven geen havengeld te betalen in Zaanstad, beroepsvaart moet dat wel. @scheepvaartkrnt @RaadZaanstad @schuttevaer

Het binnen Nederland aan de orde stellen van deze problematiek (3 e)

Motie betreffende de hardheidsclausule

Motie van de leden Albert de Vries (PvdA) en de Boer (VVD)

Voorgesteld  11 maart 2015

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Nederland al langere tijd de wens heeft om binnenvaartschippers niet te belasten met overbodige technische eisen die door de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR) verplicht worden gesteld;

constaterende dat het de minister is gelukt op een aantal onderdelen van de CCR-eisen voor binnenvaartschepen een uitstel tot 2020 uit te onderhandelen binnen de CCR;

overwegende dat er een structurele oplossing gevonden dient te worden voor de CCR-eisen die niet proportioneel zijn voor duurzaamheid of de veiligheid aan boord;

overwegende dat de bestaande CCR-hardheidsclausule procedureel ingewikkeld is en lidstaten te weinig beslissingsruimte biedt omdat ontheffingen ter instemming voorgelegd dienen te worden aan de CCR;

verzoekt de regering in de CCR een praktische hardheidsclausule voor te stellen waarmee de lidstaten binnen die randvoorwaarden zelf op een eenvoudige wijze individuele ontheffingen kunnen verlenen;

en gaat over tot de orde van de dag.

Albert de Vries

De Boer

Het vervolg:

In aanloop naar het AO (algemeen Overleg van de Tweede kamer op 23 juni vroeg ik mevrouw de Boer wat er met die (hoopvolle) motie was gebeurd. Dit was het antwoord:

Naar aanleiding van de discussie over de nieuwe richtlijn voor technische eisen aan binnenvaartschepen, is veel gediscussieerd over de hardheidsclausule.

Een ruime meerderheid van de EU-lidstaten wil dat een beslissing met betrekking tot de hardheidsclausule een internationale aangelegenheid blijft en niet door de bevoegde autoriteit van een individuele lidstaat wordt genomen.

De belangrijkste reden hiervoor is dat schepen na een beroep op de hardheidsclausule nog steeds internationaal blijven varen. De toepassing van de hardheidsclausule, moet dus  internationaal geharmoniseerd zijn.

Een algemene hardheidsclausule waarmee de lidstaten zelf op een eenvoudig wijze individuele ontheffingen kunnen verlenen, is dus niet haalbaar.

Per individuele overgangsbepaling zijn er nog wel mogelijkheden, met name bij die bepalingen die onder het moratorium vallen.

Met vriendelijke groet,

Betty de Boer
Kamerlid VVD Tweede Kamerfractie