Voor en door schippers
Categoriën
Sociale Media

Twitter

De ASV nieuwsbrief van december is uit met veel informatie. U kunt hem ook lezen:
https://t.co/AgcwG5WcdV
https://t.co/eNfU89Ql1p
Wilt u in het vervolg de ASV nieuwsbrief digitaal ontvangen dan hebben we uw toestemming daarvoor nodig: https://t.co/YwiwHrgpR1

Aanstaande maandag is de ASV uitgenodigd om met het havenbedrijf Zaanstad in gesprek te gaan over het ongeval met de op afstand bedienbare brug. Goed initiatief van de havendienst om hier met een schippersvertegenwoordiging over te spreken. 👍

Volgens de Minister heeft ILT geen verschillen ontdekt tussen schepen met een Nederlands certificaat en schepen met een buitenlands certificaat. Maar welk Nederlands schip met certificaat mag zo rond blijven varen? https://t.co/NYWk2RLCHy ASV16 photo

Statement

Als antwoord op de door de ASV ingediende klacht, heeft SOLVIT ons meegedeeld dat het CDNI-verdrag niet valt onder Europees recht, maar dat het hierbij gaat om een internationale conventie tussen de CCR-lidstaten en Luxemburg.

Daar de CCR aangewezen is als depositaris van het verdrag en zich tevens bezig houdt met de invulling van de uitvoeringsregeling (delen A,B,C) zet de ASV de stap om zich te beroepen op het klachtrecht van de CCR. M.a.w. de ASV gaat een formele klacht indienen bij de CCR over schending van het CDNI-verdrag, tegen de Nederlandse overheid.

Wij zetten deze stap omdat duidelijk is dat de minister geen enkele intentie toont tot overleg of overeenstemming met de sector over aanpassing van het beleid waar de Minister voor gekozen heeft, behalve over de uitvoering daarvan. Een dergelijke houding van de minister kan o.i. nooit leiden tot een oplossing wat recht doet aan de bepalingen van het CDNI-verdrag, laat staan uniforme financieringswijze in de Verdragslanden. Een enquête, zoals opgesteld door BLN, kan niet wegnemen dat de minister handelt in strijd met bepalingen van het CDNI- verdrag en de intentie van het verdrag in zijn geheel.

De ASV heeft onlangs de toelichting opgezocht die de toenmalige minister heeft gegeven bij het passeren van het verdrag door de Tweede Kamer destijds (1998). In die toelichting komt naar voren wat de overheid voor ogen had bij de uitvoeringsregeling, deel C van het verdrag. Enkele passages uit de toelichting die wij zeer waardevol achten voor de door ons gezette stap:

Onderstaande komt uit de memorie van toelichting bij het CDNI-verdrag, 1998.

“Voor de financiering van inzameling en verdere verwijdering van de verschillende deelcategorieën van het overig scheepsbedrijfsafval worden in artikel 7 afzonderlijke specifieke voorschriften gegeven. Voor de inname en verdere verwijdering van huishoudelijk afval in havens, alsmede bij ligplaatsen en dergelijke worden geen aparte heffingen toegestaan.
Kosten voor het inzamelen van huisvuil in havens worden geacht te zijn inbegrepen in de haven- en liggelden, of gedekt door andere inkomstenbronnen van de havens. Voor de inzameling en verdere verwijdering van klein gevaarlijk afval laat het verdrag de keuze van indirecte financiering via de haven- of liggelden of een ander stelsel, met als randvoorwaarde de eis van onderlinge afstemming tussen de Verdragsluitende Staten.”

“Onder de categorie «overig scheepsbedrijfsafval» vallen huisvuil, huishoudelijk afvalwater, zuiveringsslib, slops en klein gevaarlijk afval. Bij de laatste drie stromen gaat het om gevaarlijke afvalstoffen. Huisvuil van het schip moet in Wm-termen worden beschouwd als huishoudelijke afvalstof als het uit het particuliere huishouden afkomstig is en als bedrijfsafvalstof als dat niet het geval is, bijvoorbeeld indien het van een passagiersschip afkomstig is.”

Dit bevestigt de stelling van de ASV dat huisvuil van een binnenvaartschip als particulier huisvuil gezien moet worden, in strijd met datgene waar de Minister van uit gaat.
Wij kiezen op dit moment niet voor een juridische stap middels een kort geding. Reden hiervoor is dat een op handen zijnde rechtszaak de politieke weg via de Tweede Kamer bemoeilijkt. Met de nieuw verkregen informatie zien wij reden om deze weg voort te zetten. Een andere reden is het feit dat een rechterlijk oordeel op nationaal vlak bindend is binnen de landsgrenzen, wat een internationale verdrags-brede oplossing verder weg kan brengen.

Wij hopen met dit schrijven een inzicht te geven in de stappen die de ASV zet op dit dossier en welke overwegingen wij daarbij maken.

Namens bestuur en denktank ASV,
Ron Breedveld